Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Tijdens de eerste grote beurs van het jaar, InterClassics Maastricht, staat een land met een eeuwenoude cultuur centraal— maar ook een land met een relatief late autohistorie, die het vervolgens ruimschoots heeft ingehaald. Raadt u het al? Inderdaad: Japan — het land van de rising sun.
Op de PostWarClassic.com-stand tonen we graag een auto die aansluit bij het thema. Dit jaar is dat een bijzonder exemplaar dat u wellicht niet direct zou verwachten: een Subaru 360, een model dat een belangrijke rol speelde in het toegankelijk maken van autobezit in het naoorlogse Japan. De auto is in het bezit van Hans Compter, een verzamelaar met een voorliefde voor bijzondere, zoveel mogelijk originele auto’s. En naast de Subaru blijkt hij nog meer Japanse auto’s in zijn collectie in Nieuw-Zeeland te hebben.
De Subaru 360 is een kleine, lichtgewicht Japanse kei-auto uit de late jaren vijftig en zestig. Een kei jidōsha is een speciale categorie ultracompacte auto’s die werd ingevoerd om betaalbaar, zuinig en stadsgericht vervoer te stimuleren.
De Subaru had een achterin geplaatste tweecilinder tweetaktmotor van 356 cc (net onder de kei-grens van 360 cc), een opvallend rond “bubbelachtig” ontwerp en bood verrassend veel ruimte voor zijn compacte formaat. Dankzij zijn lage gewicht en eenvoudige techniek was hij betaalbaar en zuinig.
Het exemplaar dat op InterClassics Maastricht wordt getoond, is al meer dan 35 jaar in het bezit van Hans Compter en verkeert in ongerestaureerde originele conditie.
Eind jaren vijftig bezochten twee topmensen van DAF Toyota om te spreken over toepassing van de Variomatic in een kleine Toyota. Dat is uiteindelijk niet doorgegaan: Toyota ontwikkelde in plaats daarvan een eigen kleine automaat, de Toyoglide — en die versnellingsbak zit ook in deze Publica.
Hans kocht deze auto in Wagga Wagga (New South Wales, Australië) in de jaren tachtig en reed ermee naar Sydney om hem naar Nieuw-Zeeland te verschepen. Inmiddels leeft de auto al zo’n veertig jaar “down under”.
De Suzuki Fronte was een Japanse kei-auto die Suzuki vanaf de jaren zestig bouwde als compacte personenauto boven de Suzulight-modellen. Net als de Subaru 360 behoorde de Fronte tot de eerste generatie populaire microauto’s die autobezit in Japan betaalbaarder maakten.
Hans kocht zijn Fronte in Nieuw-Zeeland in de jaren negentig — waarschijnlijk van de eerste eigenaar. Een interessant autootje met een driecilinder, dwars geplaatste motor achterin.
Volgens Hans één van de mooist gestileerde Japanse auto’s. De Prince Motor Company was tot 1966 een zelfstandige fabrikant en stond bekend om verfijnde, technisch vooruitstrevende modellen voor de hogere middenklasse.
De S40-generatie Gloria werd gebouwd vlak vóór de fusie met Nissan en was de luxere broer van de Skyline. Hij had achterwielaandrijving en meestal een 1,9-liter viercilinder (sommige uitvoeringen hadden een zescilinder). Na de fusie liep de modelnaam door als Nissan Gloria.
De foto’s zijn gemaakt op de dag van aankoop in de jaren tachtig op het Zuid-Eiland van Nieuw-Zeeland. Daarna reed Hans er ongeveer 1600 kilometer mee naar huis, in Kauri in het noorden van het land.
Hans stuurde ons ook een foto van zijn Honda, gemaakt in de jaren negentig in Queensland (Australië). De T500 / TN-serie was een lichte truck uit het midden van de jaren zestig tot vroege jaren zeventig — de kleine bedrijfswagenvariant die Honda naast zijn vroege personenauto’s bouwde. Verwant aan de Honda T360 dus… inderdaad: een kei-truck.
De motor ligt midscheeps achter de cabine en heeft twee bovenliggende nokkenassen. Deze lichte truck was belangrijk voor Honda, omdat hij liet zien dat het merk meer kon bouwen dan alleen motorfietsen.
Andere Japanse auto’s in de collectie?
In de jaren tachtig verscheepte Hans een Mazda-dwergauto vanuit Sydney naar Kauri (Nieuw-Zeeland). Die heeft helaas te lang buiten gestaan en is eind vorig jaar als project verkocht aan een Mazda-verzamelaar.
Daarnaast bezit hij nog een zeldzame Contessa-coupé — van dit model zijn er slechts twee naar Nieuw-Zeeland geïmporteerd. Hans vertelt ons ook over een Hino Contessa 4-deurs die hij na jaren trouw dageijks gebruik verkocht heeft naar Perth in West-Australië. Ook heeft hij nog een witte Isuzu Bellett, die echter te lang buiten heeft gestaan en nu alleen geschikt is als onderdelenauto.
Hans vertelt verder “In de jaren zestig reed ik ook in een Isuzu Bellel-diesel. Daarmee trok ik onze trailer en heb ik heel wat oldtimers in Nederland afgeleverd. Ik herinner me nog dat bij het omdraaien van de sleutel de hele auto stond te schudden. We hadden in de jaren 90 ook nog een 1965 Datsun Bluebird.,daar heeft mijn zoon Dennis Compter in leren autorijden. Als ik het zo bekijk dan zijn bij ons bijna alle gangbare Japanse merken de revue gepasseerd.
Voor onderdelen ligt er ook nog ergens in het gras op ons landgoed een Daihatsu Compagno , vrij zeldzaam, maar alleen geschikt voor onderdelen. Maar die zal wel niemand in Europa zoeken. Maar wellicht in Japan?’