Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Alec Issigonis had een duidelijk beeld voor ogen bij het ontwerpen van de Mini: het moest het ideale voertuig zijn voor de wijkverpleegster—betaalbaar, praktisch en vol karakter. Toen de auto in 1959 werd gelanceerd, werd dit imago versterkt door zorgvuldig uitgekozen jonge dames om de charme van de Mini te benadrukken. Maar zou Sir Alec het echt goed hebben gevonden dat ze een ritje maakten in zijn zorgvuldig doormidden gezaagde Austin showmodel? Waarschijnlijk niet!
Dit bijzondere tentoonstellingsmodel was beslist geen snelle knip-en-plakklus. Elk detail—van de carrosserie en het glaswerk tot het interieur—werd met uiterste precisie doorgesneden, zonder één scherpe rand. Zelfs het reservewiel onder de bagageruimte en de koffers daarin kregen dezelfde behandeling. Het resultaat? Een meesterlijke demonstratie van hoe slim de compacte Britse buzz box eigenlijk was.
Achter zijn bescheiden buitenkant ging een verrassend ruim interieur schuil—een schoolvoorbeeld van Issigonis’ genialiteit. En als u een van de uiterst zeldzame BMC-rotan manden bezit die onder de achterbank passen, mag u zich gelukkig prijzen. Deze zijn tegenwoordig een van de holy grails voor verzamelaars van vroege Mini’s.
Oh, en mocht u zich afvragen waar de andere helft van deze beroemde gespleten Mini is gebleven: die staat in het London Science Museum—maar dan zonder de charmante passagiers!