Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Een ogenschijnlijk eenvoudige aankoop van een klassieke DKW 1000 in Zuid-Duitsland mondde uit in een onverwacht avontuur. Wat begon als een geplande ophaalrit per trein, eindigde voor Joop Terpstra in een nachtelijke rit van 900 kilometer met een grillige tweetaktmotor als metgezel. Hij vertelt…
In september vorig jaar ontdekte ik via internet een DKW 1000 uit 1958 in een gehucht onder München, namelijk Egling. De verkoper legde telefonisch uit dat hij deze wagen tijdens corona, in 2020, had gekocht voor zijn moeder. Zij had ooit met een dergelijke auto geracet en diverse rally’s gereden, eind jaren vijftig en begin jaren zestig. Begin 2025 was zij helaas overleden en omdat hij zelf niet zo handig was met oldtimers, had hij de auto te koop gezet.
Bij aankomst in het dorpje, met mijn moderne wagen, zag ik direct de keurig gerestaureerde staat waarin deze DKW verkeerde. Ik kocht hem dan ook meteen, legde mijn bod contant op tafel en gaf aan dat ik het volgende weekend terug zou komen met de ICE-trein.
En zo gebeurde het dat ik de volgende zaterdag door Duitsland flitste met 280 km/u en daar ’s middags rond 15.00 uur aankwam. De verkoper dacht dat ik een hotel zou nemen voor de nacht, maar ik besloot om om 17.00 uur de wagen af te tanken en direct door de nacht heen terug richting Nederland te rijden. Ik zag de twijfels op zijn gezicht, maar zette door.
Jammer genoeg begon na een half uur rijden de watergekoelde tweetaktmotor te sputteren en sloeg zelfs af. Na het legen van de vlotterkamer van de Solex 40 ICB carburateur liep er vuil en benzine weg. Na een nieuwe poging startte de wagen weer. Stationair lopen wilde hij niet, maar stinkend naar benzine kroop ik weer achter het stuur. Ik besefte dat dit avontuur voortijdig op een sleepwagen zou kunnen eindigen.
Maar voorzichtig rijdend, met een snelheid van 90 à 100 km/u, liep de wagen steeds beter. Ter hoogte van Stuttgart ging ik opnieuw tanken en ontdekte ik dat de wagen weer keurig stationair liep. Een halve liter tweetaktolie in de tank en twintig liter ‘98’ erbij, en ik kon weer verder.
Ter hoogte van Karlsruhe ging het richting de A61 en vervolgens naar Venlo. De motor jubelde inmiddels en om half drie ’s nachts reed ik bij Venlo de grens over. Om 04.00 uur ’s ochtends stond ik bij mijn garage in Utrecht. 900 kilometer in 11 uur, inclusief drie tankstops – helemaal niet gek, dacht ik. Ik reed de wagen de garage in en ging naar huis, trots en tevreden dat ik dit avontuur had ondernomen.
Een goed begin van een nieuw avontuur met een prachtige aanwinst. Inmiddels heeft de DKW zijn onderhoud gehad – uiteraard alles eigenhandig – en beschikt de wagen over een nieuw Nederlands kenteken. Ook na ruim 40 jaar genieten van deze hobby blijft het gewoon ontzettend leuk, en ik hoop dit nog heel lang vol te houden.
Tekst en foto's door Joop Terpstra