Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Het wereldwijde magazine en verkoopplatform voor liefhebbers van klassieke auto’s, door liefhebbers.
Wat valt er nog te zeggen over conceptcars? Gedurfde statements van flamboyante merken, met futuristische vormen en vaak ronduit buitensporige cijfers. Deze doorbreekt echter de formule. Niet alleen radicaal in vormgeving, maar ook een uitgesproken statement van misschien wel een van de meest terughoudende fabrikanten in de industrie.
De XVR van Vauxhall oogt in veel opzichten ontregelend. Onnodig, voor een merk dat bekendstaat om zijn ingetogen familielimousines. Toch wilde men bewijzen dat het zich kon meten met de gevestigde namen op het felbegeerde podium van exclusieve sportwagens. In oktober 1965 werd een ontwerpteam samengesteld, onder leiding van David Jones en de Amerikaanse ontwerper Wayne Cherry, bekend van onder meer de Oldsmobile Toronado en de eerste Chevrolet Camaro. In slechts zes maanden groeide het project van idee tot prototype, waarbij optimaal gebruik werd gemaakt van Vauxhalls nieuwe ontwerp- en engineeringcentrum in Luton. Het resultaat: een statement met vleugeldeuren en een haviksneus, gegarandeerd een blikvanger op elke autosalon.
Geïnspireerd door Chevrolets Mako Shark II-concept straalde de slanke, taps toelopende carrosserie pure mid-century Americana uit naar een Europees publiek. De gesplitste voorruit en klapkoplampen waren rechtstreeks overgenomen uit het door General Motors geïnspireerde zeeleven-design. De vereenvoudigde elegantie gaf de XVR een aanwezigheid die onmogelijk te negeren was. Met het ‘vogel-in-vlucht’-silhouet van zijn vleugeldeuren was dit concept een artistieke triomf in schoonheid en eenvoud.
Ook het interieur was revolutionair. Afgewerkt in zwart leer met een rondom de bestuurder gebogen instrumentencluster. De stoelen, in een achteroverleunende, racegeïnspireerde houding, waren vast gemonteerd. In plaats daarvan konden dashboard, stuurkolom en pedaalunit afzonderlijk worden aangepast aan de bestuurder.
De futuristische visie hield niet op onderhuids. Een speciaal ontwikkeld lichtgewicht chassis met volledig onafhankelijke wielophanging voor en achter vormde de basis. Het enige rijdende exemplaar kreeg een pre-productie 100 pk sterke slant-four motor. Niet baanbrekend, maar doordacht gekozen voor een topsnelheid van ruim 160 km/u.
Zoals te verwachten viel, bleef het bij autosalons en kolommen in tijdschriften. Productie bleef uit. Er werden slechts drie exemplaren gebouwd. Een rijdend prototype en een fiberglas mock-up gingen verloren. De overgebleven oranje fiberglas showauto bevindt zich nog altijd in handen van Vauxhall Motors. De invloed van de XVR leefde echter voort. Wayne Cherry tekende later nog de SRV uit 1970, duidelijk geïnspireerd door zijn werk aan de XVR. Bovendien vormde het ontwerp een blauwdruk voor de steeds hoekiger en gestroomlijnder wordende vormentaal van de late jaren zestig. De XVR was overduidelijk geen Vauxhall Victor.
Tekst: Alexander Simmons-Miller